Mijn geluid
Volume Volume off
(Phoenicurus phoenicurus)

Gekraagde Roodstaart

De gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) is een slanke vogel met net als de zwarte roodstaart een voortdurend trillende roestkleurige/rode staart.

Over de Gekraagde Roodstaart

Het mannetje van de gekraagde roodstaart heeft een rode stuit, borst en staart, De keel en de oorstreek zijn zwart, het voorhoofd wit en de bovendelen zijn mooi leigrijs. Het vrouwtje daarentegen is veel soberder van kleur. De staart van het vrouwtje is ook roodachtig maar de bovendelen zijn meer uniform bruingrijs gekleurd. Vrouwtjes van de gekraagde roodstaart kunnen gemakkelijk worden verwisseld met de vrouwtjes van de zwarte roodstaart. De oorzaak is dat late najaars- en winterwaarnemingen van de gekraagde roodstaart meestal de zwarte roodstaart betreffen, omdat die soms zelfs hier de winters doorbrengt.

Specificaties

Wetenschappelijke naam Phoenicurus phoenicurus
Familie Muscicapidae
Habitat Wijd verspreid en broed voornamelijk in open oude loofbossen, gemengde bossen en parken. Zitten zelden in gebouwen in tegenstelling tot de zwarte roodstaart.
Voedsel Net als de zwarte roodstaart eet hij insecten, spinnen en bessen.
Hoogte 14cm
Gewicht 12-20g
Levensduur 1 - 2 Jaar
Broedtijd Mei-Juli
Nest Nestelt in halfopen tot vrijwel gesloten boomholen of nestkasten.
Geluid Bij opwinding is een stijgend 'hoeiet' te horen, gevolgd door 'tuk tuk'. De zang is harder dan die van de zwarte roodstaart en begint meestal met 'huut-hiet-trek-trek' gevolgd door babbelende en krassende tonen.
Kenmerken De gekraagde roodstaart is daarentegen een echte zomervogel die zo half april in tuinen kan arriveren en in september en oktober onze omgeving weer verlaat om te overwinteren in het noordelijke deel van Afrika. De vroeger in Nederland algemeen voorkomende gekraagde roodstaart is zo geleidelijk aan op veel plekken minder algemeen geworden, met name in cultuurbos en loofbos. Dat kan in verband worden gebracht met de verwaarlozing van de vele eikenhakhoutbossen. De gekraagde roodstaarten broeden namelijk veel in de wortelknoesten van de geknotte, afgehakte eiken. Ze hebben namelijk vrij grote nestgaten nodig, dit houdt verband met de balts van de mannetjes, waarbij ze vaak de vleugels uitspreiden voor de nestopening. Omdat natuurlijke holtes steeds moeilijker te vinden zijn, kunnen we de gekraagde roodstaart helpen door een speciale nestkast op te hangen. Deze nestkasten hebben een iets grotere invliegopening zodat het mannetje erin kan staan om zijn balts te laten zien.
Jongen 2 broedsel, per legsel zo'n 6 tot 7 lichtblauwe eieren. Zelden 4 tot 10 eieren.